|
Indeling lessen
Waaruit bestaat een les?
Een les duurt ± 45 min. De
onderstaande voorbeeldles is is opgedeeld in 3 delen. Voor een
andere
voorbeeldles kun je hier
of op onderstaand icoontje klikken
om het prentenboek te
downloaden.

 |
1.
De inleiding (duur ± 10 min.)
De inleiding wordt gedaan met klein materiaal of zonder materiaal. Het
doel van de inleiding is om in de sfeer van de les te komen en de
kinderen aan elkaar te laten wennen. |
2.
Kern (duur ± 25 tot 30 min.)
Tijdens de eerste kern wordt er met klein
materiaal gewerkt. Tijdens het tweede deel van de
kern wordt er met
het grote materiaal gewerkt. Het doel van de kern is om de grove
motoriek
te stimuleren door middel van bewegingsvormen zoals
bijvoorbeeld: klimmen en klauteren.
|
 |
3. Afsluiting (duur
± 10 min.)
De afsluiting is in de vorm van bijvoorbeeld een rustig kring- of
zangspel.
 |
Lesvoorbeeld:
Hieronder volgt een voorbeeld van een willekeurige les met klein en
groot materiaal.
Deze les kun je in Word formaat downloaden door hier
te klikken of op onderstaand icoontje

Benodigd materiaal:
Ballonbal doorsnede 21 cm. en ca. 80 gr.
Synthetisch foam, opblaasbaar. Pluk, druk en knijpvast. Belastbaar tot
200 kg.
Funktie van het
materiaal:
Zeer veelzijdig in het gebruik. Gebruik als
ondersteuning van de oefenstof.
Eigenschappen:
Sneller dan een ballon, maar trager dan de
foambal. Hanteerbaar. stevig materiaal. In meerdere kleuren
verkrijgbaar. Makkelijk te vervoeren, leeg laten. Hygiënisch;
goed schoon te maken.
Grond- en
begripsvormen die in deze les voorkomen
Rollen, werpen, vangen. Erin en erdoor, ertegen,
naar elkaar toe en erover.
Het is ook heel goed om met ballen van verschillende materialen te
werken. Dit stimuleert de zintuigen (het waarnemen en de tastzin).
De inleiding:
Ter kennismaking: Iedereen mag een bal komen halen
bij de juf en daarna met de bal gaan
zitten op een stoeltje. Alle
oefeningen kunnen verschillende keren herhaald worden.
Bepaal zelf hoe
vaak om toch een overzicht te kunnen blijven houden.

Kern:
Klein materiaal
Gebruik de spelvormen van de inleiding ook in het kerngedeelte. De bal
laten vallen en
weer oprapen en gaan zitten. Gooi de bal naar de juf en
dan gooit of geeft zij de bal weer
terug naar de peuter. Trap de bal
naar de juf! De bal goed stevig vasthouden; knijp erin!
Kun je de bal
op je hoofd vasthouden? Kun je de bal tussen je benen stoppen
en ermee lopen?
Ga er maar op zitten. Ga er maar op liggen en dan armen in
de lucht. Rol met je buik over de bal heen en weer. Stuiter (voordoen)
met de bal op de stoel en vangen maar. We rollen de bal
door een doos zonder boden of door een kruiptunnel en dan kruipen we er
zelf
achterna!
We lopen met de bal over een lijn.
Groot materiaal
We lopen met de bal over een bank. We lopen met de bal
over een schuine bank. Twee banken staan van elkaar af en de peuter
staat recht voor de banken; rol de bal in de doos. Nu met oplopende
banken. Nu met zwaardere of kleinere ballen. In combinatie van rollen
over hobbelige wegen ; matjes achter elkaar leggen met planken of ander
materiaal eronder.
Afsluiting:
Spelvormen; Plaats een paar kegels in een hoepel
en gooit ze maar om. De peuters zitten tegen over elkaar met een hoepel
tussen hun in. Rol de bal naar elkaar toe en probeer de kegel die in
de
hoepel staat omver te rollen! Het doel veranderen, de afstand
veranderen. dan vanuit een andere houding. Onder tijdsdruk laten spelen
(aftellen en dan snel wegrollen).
|