|
Kleuter- en
peuterpret
Inleiding of afsluitingsspelletjes
voor in de peuterles.
Spellen als een tussendoortje
tijdens de peuterochtend op de psz of
kinderdag verblijf.
Spellen met weinig voorbereiding als je het materiaal toch al in de
kast hebt liggen.
Spellen voor een peuter die even wat aandacht nodig heeft of juist
afgeleid moet worden.
Spellen voor één peuter of spellen voor een hele
groep.
Spellen: gewoon leuk om even te doen.
De oude peuter en de jonge kleuter.
Samen is leuk.
Wie is wie?
Laat de kinderen voor een spiegel staan. De
kinderen tekenen op een zelfopgeblazen ballon een zelfportret. De ballonnen
worden in de lucht gehouden en als de muziek stopt dan pakt ieder kind een
ballon en probeert de eigenaar op te sporen.
Het grote visnetspel.
Met een oud vitragegordijn probeert de
groep een grote standbal op te werpen.
Ballen
bingo.
Geef alle
kinderen een tennisbal met een teken of tekening daarop geschreven, bijv. een
rondje of een kruis, voertuig of dier. Dit teken moeten de kinderen goed
onthouden. Dan worden de ballen verzameld en in de zaal gegooid. De kinderen
moeten nu zo snel mogelijk de bal met hetzelfde teken vinden en naar de
bingobak brengen. Zodra ze de bal in de bingobak hebben gegooid, roepen ze hard
“bingo”.
Variaties: gebruik knuffels, zachte frisbeeschuiven
of ander materiaal.
Samen is spannend.
Samen op één stoel.
Stoelendans waarbij degene die geen stoel heeft niet af is, maar op de
schoot van een ander moet gaan zitten. Steeds meer kinderen moeten bij elkaar
op schoot zitten, totdat er nog maar één stoel over is, lukt dat?
Samen iets oplossen.
Heffen en dragen
Allerlei groepsopdrachten waarbij kinderen en/of materialen verplaatst
moeten worden door de groep. Stop een stel ballen in een grote zak en draag
deze samen naar de overkant van de zaal.
Het ravijnenspel.
Allerlei groepsopdrachten waarbij de groep met enkele materialen een
oplossing moet proberen te bedenken om over een “ravijn” te komen.
Balletje op
het zand
Je zet twee
kinderen tegenover elkaar met elk een berg zand voor hun neus. Bovenop de top
van de berg wordt een balletje gelegd. Even in het zand duwen, anders rolt het
eraf. Elk kind krijgt een lepel en om de beurten mogen ze bij de ander een
schepje zand weg halen. Degene bij wie het balletje het eerst wegrolt, heeft
verloren. Het is grappig om te zien hoe kinderen langzaam ontdekken wáár ze
precies moeten scheppen om het balletje te laten rollen.
|